Event  |  Reviews  |  Comments
Re‐Enactment LB/ Chandelier with Plum Blossom Energy Saving Lamp, 2012 Old Chandelier,   Plum Blossom Energy Saving  Lamp © Courtesy of the Artist and Galerie Akinci

Lijnbaansgracht 317
1017 WZ Amsterdam
September 6th, 2014 - October 11th, 2014
Opening: September 6th, 2014 5:00 PM - 7:00 PM

Museum Area
+31 (0) 20 638 0480
Tue-Sat 1-6


A passage implies transition. It involves a movement, a displacement from one point to another, from one state to another. It also implies time; a present point towards a past event. However, the past is not the point of focus, being incorporated into a movement towards the present and even hinting out to something beyond.

While considering the implications of Passages in the exhibition, we remember Walter Benjamin’s unfinished Passagenwerk, written between 1927 and 1940, in which he describes the covered arcades of 19th Century Paris. Benjamin’s work was a collection of reflections. What is an arcade? In its classic sense, the term denotes a pedestrian passage or gallery, open at both ends and roofed in glass and iron, typically linking two parallel streets and consisting of two facing rows of shops and other commercial establishments ‐ restaurants, cafés, hairdressers, etc. In pondering the passages, Benjamin sought at the same time to detect the past, understand the present and find a bridge to the future. 

Passages brings together works by Sophie Calle, Hamza Halloubi, Stéphanie Saadé and Imogen Stidworthy, which focus on different moments at the two ends of the arcade, as well as the elapsing time between. Different forms of passage are linked, more concrete ones relating to places, situations and narratives, and abstract ones such as the passage of time, which in turn leaves tangible marks. The exhibition focuses on the moment when change happens. Passages is about de‐composing this flow, as the artist lays bare its mechanism, or finds anchor points in it, to fix a moment. Perhaps these are attempts to resist the elapsing of time, or to constitute a different past.

Sophie Calle’s (France, 1953) work touches the presence of a narrative by the absence of a protagonist. Since the late 1970’s Sophie Calle has been active as a photographer, combining text, image and conceptual installations. Her work amounts to a systematic laying bare of reality, whether it be her own or other people's, with a limited portion left to chance. Absence of others is a central theme in her work. However Calle’s own existence plays an important role in her works.

The documentary manner in which she presents her work suggests a high degree of factualness. In ‘Passages’ three works from the series Last Seen (1991), The Blind (I986) and The Hotel, will be shown. For the series The Hotel (Hotel # 24, 1981), Calle posed as a chambermaid in a Venice pension to investigate the lives of strangers through their possessions and habits. In the guests’ absence, she photographed opened luggage, laundry, contents of bathrooms, waste‐paper baskets, diaries, letters, and so on. Noting details gleaned from these objects, she reconstitutes their owners’ lives by adding her own story to them.

Hamza Halloubi’s (Morocco, 1982) poetic video works manoeuvre between documentary and fiction. Guided by the artist‐author’s voice, all of his works maintain a philosophical aspect that refers both to theoretical knowledge and to personal memories. In Letter From Tangier (2013) Hamza Halloubi explores with his camera the dusty remains of the once famous Gran Teatro Cervantes of Tangier. It is a film about the journey of images, the difficulty of working, and the boundary between fiction and documentary. Letter From Tangier analyses the failure of creating a fiction film when reality is more complex, to be reduced to a documentary work.

Stéphanie Saadé’s (Lebanon, 1983) works take as a departure point the moment when one becomes estranged from his surroundings. This estrangement allows to perceive objects which in the past would have blended in. In the series ReEnactment she reproduces objects fabricated by others, appropriating a foreign logic, and establishing a physical archive of disregarded objects.

Created for practical purposes, they would disappear if the artist wouldn’t reproduce them. By this act, these ephemeral manifestations of logic are given a form of eternity. In Stéphanie Saadé’s ReEnactment LB / Chandelier with Plum Blossom Energy Saving Lamp, an arrangement seen by the artist in a traditional Lebanese house, is reproduced. The work consists of an old Murano glass chandelier, now broken and serving merely as a support for another lamp. The second lamp, cheap and economic, provides the light now. Its electric cable lies along a branch of the old chandelier, marking its obsolescence and the passing of time. A conflicting relationship is established between the lights as each element pushes in a different direction. The chandelier pushes towards a past splendour which it mimics, while the cheap bulb lights the perspective of a dark future. 

Imogen Stidworthy’s (UK, 1963) work Soon Deok (2012‐14) reconfigures elements from the larger installation Speaking in the Voices of Different Gods (Busan Biennale 2012), and centres on a story in which formative moments in personal and historical events are intertwined. The installation includes a shamanic straw doll, used to cure diseases, and a 3D laser‐scan navigation of the object. The technological mapping of the object appears to reveal its hidden interior, yet what we see is the only the skin of the object, viewed from a virtual inside. This scan echoes the situation in Korea where shamanism and other ancient beliefs are a powerful reference alongside the more contemporary belief‐systems of hyper‐capitalism and technological progress. Shamans act as mediums, channelling the voices of different gods to speak through them directly to advise their clients. In a video sequence the shaman Soon Deok remembers traumatic events related to her involvement in pro‐democracy protests during the military dictatorship of the 1980’s, which led to her losing her voice. The shock of this temporary muteness during her political awakening, prompted an intense reassessment of her personal and spiritual formation.

Een doorgang (passage) impliceert een transitie. Het behelst een beweging, een verplaatsing van het ene punt naar het andere, van de ene staat naar de andere. Het impliceert ook tijd, een huidig punt richting een toekomstige gebeurtenis. Het verleden is echter niet het aandachtspunt, maar wordt opgenomen in een beweging richting het heden en verwijst zelfs subtiel naar iets daar voorbij.

Terwijl we nadenken over de implicaties van Passages in de tentoonstelling, herinneren we ons Walter Benjamins onvoltooide Passagenwerk, geschreven tussen 1927 en 1940, waarin hij de overdekte winkelpassages van Parijs in de 19e eeuw beschrijft. Het werk van Benjamin was een verzameling reflecties. Wat is een winkelpassage? De klassieke betekenis is een voetgangerspassage of ‐galerij die aan beide kanten open is en die is overdekt met glas en ijzer. Meestal verbindt hij twee evenwijdige straten en bestaat hij uit twee rijen winkels en andere commerciële ruimtes zoals restaurants, cafés, kappers, etc. Bij het onderzoeken van de passages probeerde Benjamin tegelijkertijd het verleden waar te nemen, het heden te begrijpen, en een brug te vinden naar de toekomst.

Passages brengt werken samen van Sophie Calle, Hamza Halloubi, Stéphanie Saadé en Imogen Stidworthy, die zich richten op de verschillende momenten aan de twee uiteinden van de winkelpassage, en de tijd die ertussen verstrijkt. Verschillende vormen van doorgang worden gekoppeld, de concretere die betrekking hebben op plaatsen, situaties en verhaallijnen, en de abstractere zoals het verstrijken van de tijd, een fenomeen dat op zijn beurt weer concrete sporen achterlaat. De tentoonstelling richt zich op het moment waarop zich een verandering voltrekt. Passages gaat over het ontleden van deze stroom.

De kunstenaar legt hierbij het mechanisme bloot of vindt er aanknopingspunten in om momenten vast te leggen. Misschien zijn het pogingen om het verstrijken van de tijd tegen te gaan, of om een ander verleden samen te stellen. Sinds het einde van de jaren zeventig is Sophie Calle (Frankrijk, 1953) actief als fotografe en combineert ze tekst, beeld en conceptuele installaties. In haar werk legt ze op systemische wijze de werkelijkheid bloot, zij het die van haarzelf of iemand anders, met een beperkte rol voor het toeval. De afwezigheid van anderen is een centraal thema, en het bestaan van Calle zelf speelt daardoor in haar werk een sleutelrol. De documentaire manier waarop ze haar werk presenteert suggereert een hoge mate van feitelijkheid. In 'Passages' worden drie werken uit de series Last Seen (1991), The Blind (1986) en The Hotel getoond. Voor de serie Hotel (Hotel # 24, 1981) deed Calle zich voor als kamermeisje in een hotel in Venetië om zo de levens van vreemden te onderzoeken via hun bezittingen en gewoonten. In de afwezigheid van de hotelgasten fotografeerde ze hun geopende koffers, wasgoed, badkamerspullen, prullenbakken, dagboeken, brieven enzovoorts. Aan de informatie die ze uit deze objecten vergaarde, voegde ze haar eigen verhaal toe en zo stelde ze een nieuw levensverhaal voor de eigenaars samen.

Hamza Halloubi’s (Marokko, 1982) poëtische videowerk manoeuvreert tussen documentaire en fictie. Begeleid door de stem van de kunstenaar behouden al zijn werken een filosofisch aspect dat zowel refereert aan theoretische kennis als aan persoonlijke herinneringen. In Letter From Tangier (2013) onderzoekt Hamza Halloubi met zijn camera de stoffige overblijfselen van het ooit zo beroemde Gran Teatro Cervantes in Tanger. Het is een film over de reis van beelden, moeilijke werkomstandigheden en de grens tussen fictie en documentaire. Letter From Tangier analyseert het mislukken van het maken van een fictiefilm wanneer de realiteit complexer is Stéphanie Saadé’s (Libanon, 1983) werk heeft als vertrekpunt het moment wanneer iemand vervreemd raakt van zijn omgeving. Deze vervreemding geeft je de kans om objecten waar te nemen die voorheen zouden zijn opgegaan in de achtergrond. In de serie ReEnactment reproduceert ze objecten die door anderen zijn gemaakt. Ze neemt hierbij de logica van een ander aan, een die haar vreemd is, en creëert een archief van veronachtzaamde objecten. De objecten zijn gemaakt voor praktische doeleinden en zouden verdwijnen als de kunstenares ze niet zou reproduceren. De reproductieve handeling geeft aan deze voorbijgaande manifestaties van logica een soort eeuwigheidswaarde. 

In Stéphanie Saadé’s ReEnactment LB / Chandelier with Plum Blossom Energy Saving Lamp wordt een opstelling gereproduceerd zoals de kunstenares die zag in een traditioneel Libanees huis. Het werk bestaat uit een kapotte oude kroonluchter van Muranoglas die nu slechts nog fungeert als steun voor een andere lamp. De tweede lamp, goedkoop en zuinig, produceert nu het licht. De stroomkabel van de tweede lamp hangt over een arm van de oude kroonluchter en markeert daarmee zijn onbruik en het verstrijken van de tijd. Tussen de twee lampen ontstaat een tegenstrijdige relatie omdat elk element een andere richting op duwt. De kroonluchter verwijst naar de vergane glorie die hij imiteert terwijl de goedkope spaarlamp het perspectief van een duistere toekomst onderstreept.

Imogen Stidworthy’s (UK, 1963) werk Soon Deok (2012‐14) is een nieuwe configuratie van elementen uit de grotere installatie Speaking in the Voices of Different Gods (Busan Biennale 2012) en draait om een verhaal waarin vormende momenten in persoonlijke en historische gebeurtenissen door elkaar heen lopen. In de installatie bevinden zich een sjamanistische pop van stro die gebruikt wordt voor het genezen van ziekten, en een 3D‐laserscannavigatie van het object. Het mappen van het object met behulp van technologie lijkt zijn verborgen innerlijk bloot te leggen, maar wat we eigenlijk zien is alleen de huid van het object, gezien vanuit een virtueel binnenste. De scan is een echo van de situatie in Korea waarin sjamanisme en andere oude geloofsovertuigingen krachtige referenties blijven naast de meer hedendaagse systemen van hyperkapitalisme en technologische vooruitgang. Sjamanen werken als mediums die de stemmen van verschillende goden rechtstreeks doorgeven en zo hun klanten advies geven. In een videofragment herinnert de sjamaan Soon Deok zich de traumatische gebeurtenissen die zich voordeden toen ze betrokken raakte bij de prodemocratische demonstraties tijdens de militaire dictatuur in de jaren tachtig, en die ertoe leidden dat ze haar stem verloor. De schok van deze tijdelijke stomheid tijdens haar politieke bewustwording dwong haar om haar persoonlijke en spirituele vorming opnieuw te bezien.


ArtSlant has shutdown. The website is currently running in a view-only mode to allow archiving of the content.

The website will be permanently closed shortly, so please retrieve any content you wish to save.