How Far How Near

Event  |  Reviews  |  Comments
How Far How Near, 2012,Dorothy Akpene Amenuke Adzokoe-Peki (GH)1968 © Foto: Tomek Whitfield
How Far How Near
Curated by: Jelle Bouwhuis

Museumplein 10
1071 DJ Amsterdam
September 19th, 2014 - February 1st, 2015
Opening: September 19th, 2014 10:00 AM - 6:00 PM

Other (outside main areas)
+31(0) 20 5732.911
Sat-Thu 10-6; Fri 10-10
painting, video-art, photography


HOW FAR HOW NEAR – the world in the Stedelijk argues for a greater emphasis on art from regions outside Europe and North America, with the collection of the Stedelijk as its starting point. 

Prompted by a number of recent acquisitions of work by African artists, including Dorothy Amenuke, Meschac Gaba, Abdoulaye Konaté, and Billie Zangewa, the exhibition centers around the key question of how museum collections and exhibition policies historically and today are limited and challenged in relation to geographical emphasis.

Since World War Two, the Stedelijk has developed a distinguished reputation as a museum for international contemporary art. However, artistic developments emerging in large parts of the world were largely ignored. How Far How Near explores the backgrounds and reasons underlying this paradox.

As Stedelijk Director Beatrix Ruf says, “We need to investigate in depth the research and transparency of collections and the activation of the many hidden narratives. In that way, we can expand ways of our knowledge production. The task that museum institutions have is not just expanding a collection physically, but also mentally. What other stories lay behind the works? HOW FAR HOW NEAR shows how the works in the collection of the Stedelijk can stimulate new dialogues, and that is a topic that I find pivotal.”

Presenting a broad selection of works from the Stedelijk’s historic and contemporary collections, and with new works created especially for the exhibition by Lidwien van de Ven and Godfried Donkor, HOW FAR HOW NEAR opens a fundamental debate about globalization in contemporary art.

The inspiration of the exhibition is the historic blockbuster presentation Moderne Kunst – Nieuw en Oud (1955), which occupied the then brand new wing of the Stedelijk. It presented work by modern artists like Klee, Picasso, Lipschitz, and Mondriaan amid African masks, Polynesian bark paintings, and decorated shields from Papua. In so doing, the exhibition emphasized that abstraction and expressionism, or modern art, was not tied to a particular time or place but a universal given. Moderne Kunst – Nieuw en Oud anticipated groundbreaking and much-discussed exhibitions such as Primitivism in 20th Century Art at the Museum of Modern Art in New York (1984) and Magiciens de la Terre in Centre Pompidou, Paris (1989). However, Moderne Kunst – Nieuw en Oud did not impel the Stedelijk to acquire more art from the decolonized regions or “the rest” of the world. This is evidenced in the Stedelijk’s large collections of posters and photography. The world that we see is initially viewed through a largely semi-exotic lens, which is later visualized mainly in terms of poverty, war, apartheid, and privation. It was not until the late 1980s when the Stedelijk placed greater emphasis on contemporary art from such areas, although this had scant impact on the museums’ collection strategy. And according to the three-day conference Collecting Geographies, held at the Stedelijk last March, it’s a situation common to European modern art museums. Now, following in the footsteps of other major museums such as Tate Modern and Centre Pompidou, things are changing.

How can a limited geographic focus be reconciled with the universal values we customarily ascribe to art? And if we wish to broaden our outlook, how do we select? These are urgent questions as the world becomes ever-larger and diverse voices multiply. HOW FAR HOW NEAR is only the first step towards engaging such issues. The title of the exhibition is derived from a work recently acquired by the Stedelijk, a textile sculpture created in 2012 by Ghanaian artist Dorothy Akpene Amenuke. This prominent work, which has been attracting attention for some time in the first gallery that visitors encounter upon entering the Stedelijk, tackles the problem of cultural classifications in a world subject to the age-long domination of intercontinental trade, colonization, and migration. In addition to many photos and posters from the collection, HOW FAR HOW NEARcontains “classic” work by artists including Roger Bissière, Paul Klee, Jacques Lipchitz, and Mario Merz, and contemporary artists like Iris Kensmil, Malick Sidibé, Michael Tedja, and Vincent Vulsma. Two separate photo displays present works by Ad van Denderen, Walid Raad, Koen Wessing, and a recent acquisition by Alfredo Jaar.


Godfried Donkor and Lidwien van de Ven are making new work especially for the presentation; a recently acquired work by Donkor is also featured. Donkor’s new artwork deals with both Europe’s colonial past and with the debate around Zwarte Piet in the Netherlands (a Christmas tradition in which St. Nicholas arrives in the Netherlands with his servant, who is played by a white individual in blackface). The work of Lidwien van de Ven investigates the social position of asylum seekers in “free Europe” after the fall of the Berlin Wall.

HOW FAR HOW NEAR – The world in the Stedelijk is accompanied by a publication. The head curator of Global Collaborations and the organizer of HOW FAR HOW NEAR is Jelle Bouwhuis. During the opening on Thursday evening, September 18, Quinsy Gario will give the performance A Village called Gario, previously seen at Kunsthal Nicolaj, Copenhagen and at MACBA, Barcelona.

- See more at:

HOW FAR HOW NEAR – De wereld in het Stedelijk is een pleidooi voor meer aandacht voor kunst uit regio’s buiten Europa en Noord-Amerika. Het startpunt voor dat pleidooi is een selectie uit de collectie van het Stedelijk. Naar aanleiding van een aantal recente aanwinsten van Afrikaanse kunstenaars, onder wie Dorothy Amenuke, Meschac Gaba, Abdoulaye Konaté en Billie Zangewa, staat één vraag centraal: waarom was het collectie- en tentoonstellingsbeleid van het museum vaak zo geografisch beperkt? 

Met een brede keuze uit de historische en hedendaagse collecties van het Stedelijk, en met nieuwe werken die Lidwien van de Ven en Godfried Donkor speciaal voor de tentoonstelling maken, geeft HOW FAR HOW NEAR de aftrap voor een discussie die fundamenteel is in de context van de huidige globaliseringstendenzen in de kunst.

Directeur Beatrix Ruf: “Het is belangrijk om diepgaand te investeren in onderzoek naar collecties en de vele verborgen verhalen die ze in zich dragen. Op die manier kunnen we onze kennisproductie verder ontwikkelen. De taak van museale instituten is niet alleen om hun collecties fysiek maar ook mentaal uit te breiden. Welke andere geschiedenissen schuilen er achter de werken? HOW FAR HOW NEAR laat zien hoe de werken uit de collectie van het Stedelijk nieuwe dialogen kunnen stimuleren. Dat vind ik een cruciaal onderwerp.”

Een belangrijk ankerpunt voor de presentatie is de historische ‘blockbuster’ Moderne Kunst – Nieuw en Oud uit 1955, toen in de gloednieuwe Nieuwe Vleugel van het Stedelijk te zien. Hierin werden werken van moderne kunstenaars als Klee, Picasso, Lipschitz en Mondriaan getoond te midden van Afrikaanse maskers, Polynesische boombastschilderijen en gedecoreerde schilden uit Papua. De tentoonstelling onderstreepte daarmee dat abstractie en expressionisme, oftewel moderne kunst, niet gebonden was aan een bepaalde tijd of plaats, maar een universeel gegeven was. Moderne Kunst – Nieuw en Oud liep vooruit op baanbrekende en veel bediscussieerde tentoonstellingen als Primitivism in 20th Century Art in het Museum of Modern Art in New York (1984) en Magiciens de la Terre in Centre Pompidou, Parijs (1989).

Moderne Kunst – Nieuw en Oud leidde in het Stedelijk echter niet tot meer verzamelen van kunst uit de gedekoloniseerde regio’s, uit ‘de rest’ van de wereld. Dat blijkt uit de affiches en fotografie uit de eigen collectie. Hieruit doemt een wereld op die eerst wordt bezien met een exotische blik en later vooral in beeld wordt gebracht vanwege armoede, oorlog, apartheid en ellende. Pas vanaf de late jaren ‘80 kwam er in het Stedelijk meer aandacht voor hedendaagse kunst uit zulke gebieden, maar tot recent met geringe invloed op de collectievorming. Dat is typisch voor veel musea voor moderne kunst in Europa in het algemeen, zo bleek op de driedaagse conferentie Collecting Geographies die plaats had in het Stedelijk in maart dit jaar. Daar komt nu – in navolging van andere grote musea als Tate Modern en Centre Pompidou – verandering in.

Hoezeer valt deze geschiedenis van geografische uitsluiting te rijmen met de universele waarden die we de kunst gewoonlijk toedichten? En hoe moeten we ‘globale kunst’ selecteren? Een urgente kwestie, in een groter en meerstemmiger wordende kunstwereld. HOW FAR HOW NEAR is slechts een eerste aanzet tot een omgang met zulke vraagstukken. De titel van de tentoonstelling is afgeleid van een recent verworven textiele installatie van de Ghanese kunstenaar Dorothy Akpene Amenuke uit 2012. Dit prominente werk, al geruime tijd een eyecatcher in de eerste tentoonstellingszaal in het Stedelijk, toont de problematiek van culturele classificaties in een wereld die al eeuwenlang wordt gedomineerd door intercontinentale handel, kolonisatie en migratie.

HOW FAR HOW NEAR bevat, naast vele foto’s en affiches uit de collectie, werk van ‘klassiekers’ als Roger Bissière, Paul Klee, Jacques Lipchitz en Mario Merz, en hedendaagse kunstenaars als Iris Kensmil, Malick Sidibé, Michael Tedja en Vincent Vulsma. In twee separate fotokabinetten worden series werken getoond van Ad van Denderen, Walid Raad, Koen Wessing en een recente aanwinst van Alfredo Jaar.


Godfried Donkor en Lidwien van de Ven maken speciaal voor de tentoonstelling nieuw werk, terwijl van Donkor ook een recente aanwinst wordt getoond. Zijn nieuwe bijdrage gaat onder meer in op het Europese koloniale verleden en de Zwarte Piet-discussie in Nederland. Het werk van Lidwien van de Ven zoomt in op de maatschappelijke positie van asielzoekers in het ‘vrije Europa’ van na de val van de muur.

Bij HOW FAR HOW NEAR. De wereld in het Stedelijk verschijnt een publicatie. Hoofdcurator van Global Collaborations en samensteller van HOW FAR HOW NEAR is Jelle Bouwhuis.

Tijdens de opening op donderdagavond 18 september voert Quinsy Gario de performance A Village called Gario op, eerder te zien in Kunsthal Nicolaj, Kopenhagen en in het MACBA, Barcelona.

- See more at:

ArtSlant has shutdown. The website is currently running in a view-only mode to allow archiving of the content.

The website will be permanently closed shortly, so please retrieve any content you wish to save.