Chicago | Los Angeles | Miami | New York | San Francisco | Santa Fe
Amsterdam | Berlin | Brussels | London | Paris | São Paulo | Toronto | China | India | Worldwide
 
Brussels

AEROPLASTICS Contemporary

Exhibition Detail
The Aspiration Factory
32 rue Blanche
1060 Brussels
Belgium


June 7th, 2012 - August 11th, 2012
Opening: 
June 7th, 2012 6:00 PM - 8:00 PM
 
 Life room, Toby ChristianToby Christian, Life room,
2011, Charcoal and mixed media on treated foam , 126 x 180 cm
© AEROPLASTICS Contemporary
 Bleeding House Brussels Stock Exchange #1, Marko MäetammMarko Mäetamm,
Bleeding House Brussels Stock Exchange #1,
2009 , Ink on paper , 29,7 x 42 cm
© AEROPLASTICS Contemporary
 a pair of socks rolled off my feet, Chris BarnesChris Barnes,
a pair of socks rolled off my feet,
2011, a pair of socks , 9 x 9 x 2 cm each
© AEROPLASTICS Contemporary
< || >
> ARTISTS
> QUICK FACTS
WEBSITE:  
http://www.aeroplastics.net
NEIGHBORHOOD:  
Center - Uptown
EMAIL:  
contact@aeroplastics.net
PHONE:  
32(0)25372202
OPEN HOURS:  
Tue-Fri 1-6:30; Sat 2-6
TAGS:  
sculpture
COST:  
free
> DESCRIPTION

The title of the exhibition, Aspiration Factory, evokes a project still in-progress, an intensive investigation led by artists who aspire through their works to provide elements worthy of contemplation with respect to the field of art itself. With Stephan Balleux, these reflections concern painting as a medium: “You can see clearly that what you are looking at is a painting, and thus artificial. But at the same time you also seem to be looking at something that could be a photograph. The texture is flat, but portrays the texture of paint.”

The “Factory” is synonymous with experimentation, a central component in the technique of a painter, who recognizes the frequent place occupied by chance, for example when he mixes colours directly on the canvas: “I know what Iʼm doing and at the same time I donʼt know how I get there ultimately.” Similarly with Kate Atkin, whose small and large drawings are made with existing images as a starting-point. Take the work Etude, for instance. Here she takes Francis Baconʼs Three Studies for Figures at the Base of a Cross: it has to do with submitting oneself, at least in part, to the hazard of chance, and to see what flows from this encounter: “I see the process of drawing as the generating of matter, and itʼs hard to know when to stop generating .”

This instability of the creative process, is seen by Chris Barnes as a foundation stone of the real (“the world we attach to is unstable”); his sculptures of seemingly derisory appearance, closely akin to the ready-made, are first and foremost a source of contentment for himself (“For me being an Artist is primarily about doing something that makes me happy.”)

Along the same lines, the Appendices of Toby Christian, fragments in marble that seem to come from large anthropomorphic sculptures, raises the question of the very status of a work of art: is that which is hidden of more importance than that which is shown? Here, John Isaacs offers his own version spectacularly with Everything is not enough – before the deluge ; a gigantic silver-plated hand with 6 fingers in which is inlaid a small TV screen ; the imagination of the spectator is fiercely challenged to guess from which monument it has been taken. This relationship with absence is also at the centre of the series Life Rooms, pieces of foam used by models for support while posing for life (nude) studies, and which have retained the trace marks made by their feet.

Soren Dahlgaard or rather his alter-ego, the “Dough Warrior” whose body and have are dissimulated beneath a mass of French breads (baguettes) revisits this artist/model dynamic in literally re-covering the body painting of persons who pose for him, in the context of performances high in colour. With Tom Crawford, the thought process turns political: his work studies the evolution of abandoned industrial sites that have gradually become occupied by artists, then transformed for their gallery owners, and finally gentrified for their collectors. 

Construction and habitat are at the heart of the series Bleeding Houses from Marko Mäetamm, who draws inspiration from horror stories, setting in scene houses that are endowed with their own personalities (criminal, of course); but by including buildings in his blood-soaked list such as the Atomium, the Yser tower, the Palace of Justice in Brussels and the S.M.A.K. in Ghent, the artist lends a connotation that is clearly political as well as cultural.

Born in the mining town of Lubumbashi, Jean Katambayi Mukendi underscores the importance of his origins in the process that led him to become an artist, after training as an electrician (like his father), then as mathematician: “As children, weʼd manipulate lots of metals. Weʼd make our own toys out of metal wire.” His sculptures are elaborated starting from pieces of cardboard and scrap electrical appliances. Electricity, along with its economic and sociologic impact (particularly in Africa where its production and management are often quite problematical), is at the centre of his thinking. The subject is more current than ever after the Fukushima disaster: energy produced by Man, or tapped from the sun?

With Charley Case, this questioning takes the form of a poetic image, with the solar star posed upon a network of high-tension cables, in the mist of dawn. As for Dieu le Père from Laurent Jourquin, he has conclusively opted for human technology: his eyes of LED light invite the viewer to mount in order to cross the otherwise inaccessible gaze — but a beyond-the-tomb surprise awaits us at the summit! An off-beat humour with flavour of morbidity as of JIMP's ; his drawings which aim to create a feeling of instability to the viewer are often inspired by autobiographical experiences whose nature remains obscure.


De titel van de tentoonstelling, The Aspiration Factory, doet denken aan werk dat in de maak is, een intense zoektocht van kunstenaars die ernaar streven om elementen van reflectie over de kunst zelf te tonen.

Bij Stephan Balleux gaat deze reflectie over de schilderkunst als medium: ʻHet is duidelijk dat datgene waar je naar kijkt een schilderij is, en dus artificieel. Maar tegelijk kijk je ook naar iets dat een foto zou kunnen zijn. De textuur is vlak, maar portretteert de textuur van verf.ʼ De ʻFactoryʼ is synoniem met experiment, een centrale component in de techniek van de schilder, die erkent dat hij vaak ruimte laat voor het toeval, bijvoorbeeld als hij de kleuren direct op het doek mengt: ʻIk weet wat ik doe, en tegelijk weet ik niet waar ik uiteindelijk uitkom.ʼ

Hetzelfde uitgangspunt bij Kate Atkin. Haar grote tekeningen vertrekken van bestaande beelden – zo is haar Etude gebaseerd op Drie studies voor personages aan de voet van het kruis van Francis Bacon: het gaat erom zich, althans gedeeltelijk, over te leveren aan het toeval, en te zien wat er uit de ontmoeting ontstaat. Ook bij haar is het creatieve proces fundamenteel: ʻIk zie het tekenproces als het genereren van inhoud, en het is moeilijk te weten wanneer je moet stoppen met genereren.ʼ

Voor Chris Barnes is deze instabiliteit van het creatieve proces een basis van de realiteit (ʻde wereld waaraan wij vastzitten is onstabiel.ʼ). Zijn sculpturen die er op het eerste gezicht lachwekkend uitzien en erg verwant zijn aan readymades, zijn in de eerste plaats een bron van tevredenheid voor zichzelf (ʻKunstenaar zijn, gaat voor mij in de eerste plaats over iets doen dat me gelukkig maaktʼ) – wat niet wil zeggen dat ze niets te zeggen hebben over de kunstwereld, die ze met humor op de korrel nemen. Ook de Appendices van Toby Christian, marmeren fragmenten die afkomstig lijken van antropomorfe sculpturen op groot formaat, stellen vragen over het statuut van het werk: is wat verborgen is belangrijker dan wat wordt getoond?

John Isaacs geeft daarvan zijn eigen, spectaculaire versie, met Everything is not enough - vor der Sintflut: een gigantische verzilverde hand met zes vingers, waarin een scherm is verwerkt. De verbeelding van de toeschouwer wordt zwaar op de proef gesteld om het vreemde monument waarvan ze afkomstig is, te reconstrueren. Deze relatie tot afwezigheid staat ook centraal in de reeks van de Life Rooms van Toby Christian. Deze bestaan uit stukken schuimrubber die modellen gebruiken om te blijven rechtstaan tijdens naaktstudies en waarop nog de markeringen staan waarop ze hun voeten moesten zetten.

Soren Dahlgaard – of veeleer zijn alter ego, de ʻGuerrier de Pâteʼ wiens lichaam en gezicht verborgen zitten achter stokbroden – herinterpreteert de relatie kunstenaar/model door het lichaam van de modellen die voor hem poseren letterlijk met verf te bedekken tijdens erg kleurrijke performances. Bij Tom Crawford is de reflectie eerder politiek van aard: hij bestudeert in zijn werk de evolutie van verlaten industriële sites die beetje bij beetje door kunstenaars worden ingenomen, dan door galeriehouders worden verbouwd en tot slot veranderen in exclusieve woningen voor hun verzamelaars. De bouw en de leefwereld staan centraal in de reeks Bleeding Houses van Marko Mäetamm, die zich op griezelverhalen inspireert om huizen met hun eigen (altijd criminele) persoonlijkheid te ensceneren. Maar door in zijn reeks bebloede gebouwen bouwsels als het atomium, de IJzertoren, het Brusselse justitiepaleis of het Gentse SMAK op te nemen, krijgt ze een duidelijk politieke en culturele connotatie.

Jean Katambayi Mukendi, die werd geboren in de mijnstad Lubumbashi, benadrukt de rol die zijn afkomst heeft gespeeld in het proces dat hem ertoe bracht om kunstenaar te worden, na een opleiding tot elektricien (zoals zijn vader) en daarna tot wiskundige: ʻAls kind waren we veel met metaal bezig. We maakten ons eigen ijzeren speelgoedʼ zegt hij onder meer. Zijn sculpturen en installaties zijn opgebouwd uit stukken karton en afgedankte elektrische apparaten. De economische en sociale impact van elektriciteit (vooral in Afrika waar de productie en het beheer ervan vaak problematisch is), staat centraal in zijn reflectie. Dit thema is meer dan ooit actueel na Fukushima: door de mens geproduceerde energie, of zonne-nergie?


Le titre de lʼexposition, Aspiration Factory, évoque un travail en cours dʼélaboration, une recherche intense menée par des artistes qui aspirent, à travers leurs œuvres, à fournir des éléments de réflexion sur le champ de lʼart lui-même. Chez Stephan Balleux, cette réflexion porte sur la peinture en tant que médium : « You can see clearly that what you are looking at is a painting, and thus artificial. But at the same time you also seem to be looking at something that could be a photograph. The texture is flat, but portrays the texture of paint. »

La « Factory » est synonyme dʼexpérimentation, une composante centrale dans la technique du peintre, qui reconnaît laisser souvent une place au hasard, par exemple lorsquʼil mélange directement les couleurs sur la toile : « I know what Iʼm doing and at the same time I donʼt know how I get there ultimately. » Même propos chez Kate Atkin, dont les grands dessins sont réalisés au départ dʼimages existantes – voir notamment son Etude qui prend pour point départ les Trois études pour personnages au pied de la Croix de Francis Bacon : il sʼagit de sʼen remettre, pour une part du moins, au hasard, et voir ce quʼil adviendra de la rencontre. Chez elle également, le processus de création est fondamental : « I see the process of drawing as the generating of matter, and it's hard to know when to stop generating. »

Cette instabilité du processus créatif, Chris Barnes la voit comme un fondement du réel (« the world we attach to is unstable ») ; ses sculptures dʼapparence dérisoire, qui tiennent beaucoup du readymade, sont dʼabord source de contentement pour lui-même (« For me being an Artist is primarily about doing something that makes me happy ») – ce qui ne veut pas dire quʼelles nʼaient rien à dire sur le monde de lʼart, quʼelles défient avec humour.

De même, les Appendices de Toby Christian, fragments en marbre qui semblent provenir de sculptures anthropomorphiques de grandes dimensions, posent la question du statut de lʼœuvre : ce qui est caché a-t-il plus dʼimportance que ce qui est exposé ? John Isaacs en donne sa propre version, spectaculaire, avec Everything is not enough - vor der Sintflut : une gigantesque main argentée pourvue de six doigts, et dans laquelle est incrustée un écran ; lʼimagination du spectateur est mise à rude épreuve pour reconstituer lʼétrange monument dʼoù elle a été tirée. Ce rapport à lʼabsence est également au centre de la série des Life Rooms de Toby Christian, morceaux de mousse utilisés par les modèles pour se tenir debout lors des études de nu, et qui ont conservé la trace des marques sur lesquelles poser les pieds.

Soren Dahlgaard – ou plutôt, son alter ego, le « Guerrier de Pâte », dont le corps et le visage sont dissimulés par des baguettes de pain – revisite cette relation artiste/modèle en recouvrant littéralement de peinture le corps des personnes posant pour lui, dans le cadre de performances hautes en couleur. Chez Tom Crawford, la réflexion se fait politique : son travail étudie lʼévolution des zones industrielles abandonnées et peu à peu occupées par des artistes, puis transformées pour leurs galeristes, et enfin gentrifiées pour leurs collectionneurs.

La construction et lʼhabitat sont au cœur de la série des Bleeding Houses de Marko Mäetamm, qui sʼinspire des récits dʼhorreurs mettant en scène des maisons dotées de leur personnalité propre (et forcément criminelle) ; mais en incluant dans sa liste de bâtiments ensanglantés des édifices tels que lʼAtomium, la tour de lʼYser, le Palais de Justice de Bruxelles ou le S.M.A.K. de Gand, lʼartiste donne à sa série une connotation clairement politique et culturelle.

Né dans la ville minière de Lubumbashi, Jean Katambayi Mukendi souligne lʼimportance de ses origines dans le processus qui lʼa conduit à devenir artiste, après une formation dʼélectricien (comme son père), puis de mathématicien : « Enfants, nous manipulions beaucoup les métaux. On se fabriquait nos propres jouets en fil de fer », déclare-t-il notamment. Ses sculptures et installations sont élaborées au départ de morceaux de carton et dʼappareils électriques de rebut. Lʼélectricité, son impact économique et sociologique (en particulier en Afrique où sa production et sa gestion demeurent bien souvent problématique),  est au cœur de sa réflexion. Le sujet est plus que jamais dʼactualité après Fukushima : énergie produite par lʼHomme, ou tirée du soleil ?


Copyright © 2006-2013 by ArtSlant, Inc. All images and content remain the © of their rightful owners.