In het werk van Max Schellenbach (1948) staat het contrast tussen het traditionele onaangetaste
Hollandse landschap en de nieuwbouw die daarop inbreuk doet centraal. Dit conflict brengt
hij in beeld door vervallen villa’s, vervuilde industrieterreinen en betonnen hoogbouw binnen
verlaten weilanden te schilderen. Een onwerkelijk licht schijnt op de bouwterreinen, die afsteken
tegen de omgeving als tegen een decor. De theatrale dramatiek die hier vanuit gaat is karakteristiek voor het werk van Schellenbach. De kunstenaar is maatschappelijk betrokken en hij brengt zijn visie op de verstedelijking en modernisering van Nederland in beeld. Deze werkelijkheid zet hij telkens naar zijn hand door er een surreële sfeer aan toe te voegen. Dit doet hij bijvoorbeeld door een artificieel licht te laten schijnen over de constructieplaatsen of deze af te bakenen met jalons.