Chicago | Los Angeles | Miami | New York | San Francisco | Santa Fe
Amsterdam | Berlin | Brussels | London | Paris | São Paulo | Toronto | China | India | Worldwide
 
Amsterdam

Cobra Museum

Exhibition Detail
Spontaneity: A Chosen Path (Spontaniteit als gekozen weg)
Curated by: Hilde de Bruijn
Sandbergplein 1
1181 ZX Amsterdam
Netherlands


January 23rd, 2013 - May 26th, 2013
 
,
© Courtesy of Cobra Museum
> QUICK FACTS
WEBSITE:  
http://www.cobra-museum.nl
NEIGHBORHOOD:  
Other (outside main areas)
EMAIL:  
info@cobra-museum.nl
PHONE:  
+31 (0) 20 54 75050
OPEN HOURS:  
Tues-Sat 11-5
> DESCRIPTION

In November, 1948, the Dane Asger Jorn, Belgians Joseph Noiret and Christian Dotremont, and the Dutchmen Karel Appel, Corneille and Constant all signed a declaration they had themselves composed. With it, the establishment of Cobra became reality. The six artists spoke out against an intellectual approach in their new practice of art and on behalf of a simple principle of ‘Doing’. ‘Spontaneous creation’ from the material itself, as well as working together, were important objectives. The joy of total freedom and spontaneity had to offer a counterweight to the nightmare of war.

In an attempt to liberate themselves from classical, bourgeois or otherwise suffocating aesthetics, as well as moral traditions and pretensions, the Cobra artists found inspiration in children’s drawings, prehistoric artefacts, non-western artistic expressions, cartoons and other manifestations of folk culture. Today, many associate Cobra with spontaneously painted, highly colourful canvases. It was this spontaneity that was initially so maligned, so that it would be decades before Cobra became anchored in the history of European art.

In this presentation created by curator Hilde de Bruijne of the Cobra Museum collection, including works by Constant, Asger Jorn, Corneille and Karel Appel, the issue of ‘spontaneous creation’, which was so crucial for the Cobra artists, is central. The artists were aware that ‘creating as spontaneously as a child’ was in fact impossible. Their quest for spontaneity was a consciously chosen attitude, one that can even be seen as a strategy. They were driven to it by their deep desire to establish something new and different in place of the old established order.

In the Beginning Was the Image
The relationship between text and image played a role for Cobra from the moment it was founded. There were of course poets among the members. Visual artists made drawings to accompany poems and the poets wrote texts for the visual work. Hugo Claus and especially Lucebert had double talents, devoted both to poetry and painting. Corneille also wrote both poems and prose.

The need for this collaboration and the interest in personal handwriting as a pictorial element in a composition were particularly strong in Belgium. It was Christian Dotremont who came up with the term, peinture-mots, and he sometimes created these ‘painting words’ together with Pierre Alechinsky and Asger Jorn.

The unconventional (collaborative) working method and combining text with image were perfectly suited to Cobra and evolved in part from the theories of Asger Jorn, who had been conscious of the visual and material qualities of letters and symbols even before he met Christian Dotremont. Back in 1944, Jorn wrote that writing and visual expression were essentially the same thing. He reversed the traditional idea that the story came fi rst, followed by the image. In Scandinavian mythology and prehistory, he saw how pictorial motifs had lasted for centuries, while the stories that accompanied them continued to change.


In november 1948 ondertekenden de Deen Asger Jorn, de Belgen Joseph Noiret en Christian Dotremont en de Nederlanders Karel Appel, Corneille en Constant een door henzelf opgestelde verklaring. De oprichting van Cobra was daarmee een feit. De zes spraken zich uit tégen een intellectuele benadering van hun nieuwe kunstpraktijk en vóór het principe van: dóen. Het ‘spontane scheppen’ vanuit het materiaal, maar ook het sámen doen waren belangrijke richtpunten. De vreugde van totale vrijheid en spontaniteit moest een tegenwicht bieden aan de nachtmerrie van de oorlog.
In een poging zich te verlossen van de klassieke, burgerlijke of anderszins verstikkende esthetische en morele tradities en pretenties liet Cobra zich inspireren door kindertekeningen, prehistorische artefacten, nietwesterse uitingen, striptekeningen en andere uitingen uit de volkscultuur. Vandaag de dag wordt Cobra door velen geassocieerd met spontaan geschilderde en kleurrijke doeken. Juist deze spontaniteit maakte dat Cobra aanvankelijk werd weggehoond en pas een halve eeuw later verankerd raakte in de Europese kunstgeschiedenis.
In deze collectiepresentatie met werken van Constant, Asger Jorn, Corneille en Karel Appel staat de vraag naar het voor Cobra cruciale ‘spontane scheppen’ centraal. De kunstenaars waren er zich van bewust dat het ‘zo spontaan creëren als een kind’ in feite onmogelijk was. Hun drang tot spontaniteit was een bewust gekozen houding, die zelfs als strategie gezien kan worden. Ze werden ertoe gedreven vanuit het diepe verlangen iets nieuws in de plaats te stellen van de gevestigde orde.

De relatie tussen tekst en beeld speelde vanaf de oprichting van Cobra een belangrijke rol. Er waren immers ook dichters lid van de groep. Beeldend kunstenaars maakten tekeningen bij gedichten en omgekeerd schreven dichters bij beeldend werk. Hugo Claus en vooral Lucebert hadden een dubbeltalent, zij wijdden zich aan zowel het dichten als aan het schilderen. Ook Corneille schreef gedichten en teksten. De behoefte aan deze samenwerkingen en de belangstelling voor het persoonlijk handschrift als picturaal element in een compositie was vooral sterk in België. Christian Dotremont bedacht de term; hij realiseerde zogenaamde peinture-mots (schilderij-woorden) met onder meer Pierre Alechinsky en Asger Jorn. De onconventionele manier van het bijeen brengen van tekst en beeld en het (samen)werken paste bij Cobra en kwam mede voort uit opvattingen van Asger Jorn, die zich al bewust was van de visuele en materiële kwaliteit van letters en tekens nog voordat hij Christian Dotremont ontmoette. Zo schreef hij in 1944 dat schrijven en beeldende uitingen in wezen hetzelfde zijn. Hij keerde het traditionele idee dat het verhaal voorafgaat aan het beeld om. In de geschiedenis van de Scandinavische mythologie en prehistorie zag hij namelijk hoe bepaalde picturale motieven eeuwenlang bewaard waren gebleven, maar dat de verhalen die erbij hoorden telkens veranderden.


Copyright © 2006-2013 by ArtSlant, Inc. All images and content remain the © of their rightful owners.