Chicago | Los Angeles | Miami | New York | San Francisco | Santa Fe
Amsterdam | Berlin | Brussels | London | Paris | São Paulo | Toronto | China | India | Worldwide
 
Amsterdam

Galerie Ferdinand van Dieten - d'Eendt

Exhibition Detail
Ars index sui aliusque (Art is the touchstone of itself and the other)
Spuistraat 270
1012 VW Amsterdam
Netherlands


November 6th, 2010 - December 18th, 2010
 
Event-slideshow-placeholder-7598836db0df8fd38455e9b6cb02802f
> ARTISTS
> QUICK FACTS
WEBSITE:  
http://www.dieten.eu
NEIGHBORHOOD:  
Other (outside main areas)
EMAIL:  
galerie@dieten.eu
PHONE:  
+31 (0)20 626 57 77
OPEN HOURS:  
Thursday - Saturday 11.00-18.00 h. The first Sunday of the month 14.00-18.00 h.
> DESCRIPTION

De expositie
In en tijdens de expositie  Ars index sui aliusque  worden de werken ondergenoemde kunstenaars in dit licht bezien en vormen ze aanknopingspunt voor het via de website www.kunstkritiek.nl te voeren debat. Het streven is om de expositie op 18 december af te sluiten met een bijeenkomst en daar de resultaten van het debat live te bespreken.

Werken van o.a. Piet Dirkx, mounir fatmi, Iris Kensmil, Mirjam Kuitenbrouwer, Paul de Reus, Toon Teeken, Henk Visch.


Begin tekst
In deze tijden groeit weer de behoefte het  eigene  te restloos bevestigd te zien. Het  niet-eigene  wordt hierbij omwille van de afscherming voorgesteld als van buitenaf komend, zodat het als het vreemde volstrekt te scheiden is van dat  eigene . Het kabinet Rutte is dit wereldbeeld toegedaan en wijst speciaal de kunst aan om hoger te belasten. Dit toont dat het inziet dat in de kunst  vreemdheid  inherent is aan dat wat zich toont. (En bovendien hebben veel kunstenaars de  linkse hobby  om dit juist tot thema van hun werk te maken.)


Kunst en het  vreemde
Kunst toont in de naaktheid van haar witte ruimtes hoe een dynamische  cultuur  voortdurend zichzelf  vreemd  is. Ik doel daarbij niet zozeer op de gretige import van  vreemde  invloeden, waar kunstenaars zich ook mee bezighouden, maar op een logica van de kunst zelf.

Henk Visch schreef eens:  zolang ik aan een werk bezig ben, weet ik precies wat het is, maar als het werk af is, is het mij vreemd . De kunstenaar is ook een vreemde van zijn kunstwerk. Hij maakt vormkeuzes, waardoor het werk dat wat het toont, toont met een eigenstandigheid t.o.v. andere kunstwerken en beelden. Maar deze beoogde wisselwerkingen zijn slechts een deel van het complexe voortbestaan van het kunstwerk. Het geesteskind leidt zijn eigen leven. Doordat het een belichaming is van  vormkeuzes omwille van de vorm , staat het open voor verdere wisselwerkingen, die iedere keer de reflectie over de inhoud van het werk laat schuiven,  vreemd  laat worden.

Hierbij heeft het individuele kunstwerk een specifiek begin in een bepaalde leefwereld (1) van de kunstenaar en ten tweede staat het niet onbepaald open voor iedere relatie, en daardoor  maakt  het toch zijn eigen specifieke geschiedenis. Kunst wijst in het kunstwerk zichzelf en het andere aan. (1) Ik gebruik de term  leefwereld , omdat het gaat over de wijze waarop de wereld werkelijkheid is in en voor het individu. Het is een mystificatie om de verschillen daarin onder de noemer  culturen  tot structuralistische entiteiten te herleiden die principieel incommunicabel zijn. De drempels voor wederzijds begrip voor  leefwerelden  zijn ook aan klasse, opleiding, religie etc. gebonden. De modernisering van de kunst heeft een rijke traditie in het reageren op dergelijke drempels.


Kunst en de  vreemdeling
Naast op de logica van eigen en vreemd in het kunstwerk moeten wij in deze tijd ook ingaan op de afstand tussen de leefwerelden van mensen en de rol van de kunst in het gesprek ertussen.

De rol van kunst daarbij is niet evident. Impliciet formuleerde ik in de eerste alinea een normatief kunstbegrip, dat o.a. (anti-)esthetiseringen van een voorstelling   en dat kan ook een zo bedoelde kritische voorstelling zijn   waardoor een eenduidige en behaaglijke bevestiging ontstaat, uitsluit. Onder die uitsluiting vallen ook kunstwerken die de  Ander  in zijn - al dan niet - naakte bestaan tonen, maar dan wel als object van de eigen visie. Als hongerige monden, die men met rijst vult en zo het spreken belet, zoals Finkelkraut het in zijn Levinas-kritiek formuleerde. De behaaglijke bevestiging is voor een gesprek met  vreemden  geen interessante bijdrage.


Hoe kunnen we kunst zien als bijdrage aan bovengenoemd gesprek?
Allereerst valt er te denken aan de historische doorbraak die heeft plaatsgevonden, waardoor kunstvormen, stijlen en expositiewijzen niet meer gebonden zijn aan een vooronderstelde  culturele identiteit . Kunst is gegaan, zoals ook de wetenschap, de democratische rechtstaat en andere verworvenheden. Iedere kunstenaar is vrij   dat wil zeggen naar eigen persoonlijke noodzakelijkheid   lokale inputs te kiezen. Europese kunstenaars deden dit allang, en hoorde met het hieruit resulterende werk toch bij de Europese kunst (en kunstgeschiedenis) . Het paradoxale resultaat van het globaal worden van het hierachter liggende kunstbegrip is dat juist de westerse kunstenaar ermee moet leven dat hij niet langer met grotere vanzelfsprekendheid dan  anderen  bij de  eigen  kunst hoort. De kunst is ook in dat opzicht  vreemd  gegaan.

Wellicht wegens een parallelle ervaring zijn de westerse intellectuelen en masse relativisten geworden die de waarde van  hun  wetenschap, kunst en recht etc. ontkennen, nu deze allen  vreemd  zijn gegaan. Ik citeer in deze context altijd Marcus Bakker over de Mammoetwet in 1968:  Typisch PvdA: als de arbeiderskinderen nu het gymnasium binnenkomen, kunnen we het net zo goed afschaffen.  De lezer zal ook opgemerkt hebben dat ik het begrip ander nooit combineer met de retoriek die de vreemdheid verankert in een dualiteit van begrijpbare mogelijkheden versus onzegbare gronden.


Ik wil nu 2 stellingen poneren voor verder debat.
Stelling 1
Door de globalisering van de moderne kunst zijn leefwerelden juist meer met elkaar verbonden als gesprekspartners, zoals in de kunst ook werken uit het verleden gesprekspartner zijn.

De uitdrukking  vreemd gaan van de kunst  is ironisch. Ik weiger juist om het  vreemde  in de kunst te verbinden (ook niet als een zogenoemde  verrijking ) met de postkoloniale situatie dat  onze kunstgeschiedenis  nu door kunstenaars van velerlei herkomst gemaakt wordt en geen blank, Europees privilege meer is. De anderen zijn nu juist m  r gesprekspartner. De ander is niet slechts een ander als ander (met de mond vol rijst), maar een mede-subject in de geschiedenis en als zodanig te herkennen en erkennen. Dat hij medesubject is kan ik erkennen ook als wat hij doet mij (nog) niet duidelijk is.


Stelling 2 :
Waar een streven tot metafysische begronding van verschillen vooral tot verdeeldheid leidt, verenigt het primaat van de vormreflectie in de kunst de  gesprekspartners . (Dit is niet toevallig analoog aan hoe principestrijd tot vele kerken leidt en het centraal stellen van de cultus tot eenheid.)

Ieder kunstwerk brengt behalve zijn directe beleving hier en nu, ook met zich mee dat het een geschiedenis heeft doorlopen. Het is nu voor ons van belang te beseffen hoe een werk in verschillende perioden (en diachroon in verschillende leefwerelden) beleefd werd. Dit begint al bij de kunstenaar zelf, voor wie zijn eigen werk  vreemd  wordt. Maar juist daarin zijn de gesprekspartners dus principieel gelijk aan elkaar.


Update: Als bijdrage aan het debat wil ik de keuze van de kunstwerken toelichten met betrekking tot het bovenstaande en wil ik vooral bij stelling 2 nadere uitwerkingen formuleren.


Ferdinand van Dieten, 26 oktober 2010.


Copyright © 2006-2013 by ArtSlant, Inc. All images and content remain the © of their rightful owners.